Leerstof Wft Basis
Heffingsvrij vermogen 2026, boxen en erfrecht voor Wft Basis
Bijgewerkt op · redactie Wftklaar · werkwijze
Op deze pagina
De inkomstenbelasting kent drie boxen: box 1 voor werk en woning, box 2 voor een aanmerkelijk belang (minstens 5% van de aandelen) en box 3 voor sparen en beleggen. In 2026 is het heffingsvrij vermogen in box 3 € 59.357 per persoon en het tarief 36%. Overlijdt iemand zonder testament, dan krijgt de langstlevende echtgenoot door de wettelijke verdeling alle goederen en krijgen de kinderen een geldvordering.
Probeer het zelf: 10 vragen, gratis
Alle vijf vraagvormen, met je cijfer en een toelichting per vraag. Zonder account, in ongeveer 15 minuten.
Doe het gratis mini-examenBox 1, 2 en 3 in één overzicht
| Box | Wat valt erin | Tarief 2026 |
|---|---|---|
| Box 1: werk en woning | Winst uit onderneming, loon, resultaat uit overige werkzaamheden, periodieke uitkeringen (zoals lijfrente of alimentatie), inkomsten uit eigen woning | 35,75% / 37,56% / 49,50% |
| Box 2: aanmerkelijk belang | Dividend en verkoopwinst bij minstens 5% van de aandelen, al dan niet samen met je partner | 24,5% tot en met € 68.843, daarboven 31% |
| Box 3: sparen en beleggen | Forfaitair rendement over bezittingen minus schulden op 1 januari | 36% |
Bron: Wet IB 2001, art. 2.10, 2.12, 3.1, 4.6 en 5.2 tot en met 5.5.
Box 1-tarieven 2026
| Belastbaar inkomen box 1 | Onder de AOW-leeftijd | AOW-leeftijd (geboren vanaf 1-1-1946) |
|---|---|---|
| tot en met € 38.883 | 35,75% | 17,85% |
| € 38.883 tot € 78.426 | 37,56% | 37,56% |
| boven € 78.426 | 49,50% | 49,50% |
In de eerste schijf zit 27,65% premie volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz). Daarom betaalt wie de AOW-leeftijd heeft bereikt minder. Bij een box 1-inkomen van € 50.000 onder de AOW-leeftijd is de belasting vóór heffingskortingen 38.883 × 35,75% + 11.117 × 37,56% = € 18.076,22.
Voor de eigen woning geldt in 2026: hypotheekrente is aftrekbaar tegen maximaal 37,56%, het eigenwoningforfait is 0,35% van de WOZ-waarde (tussen € 75.000 en € 1.350.000) en de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (Wet Hillen) is 71,867%. Voor renteaftrek op een eigenwoningschuld van na 2012 moet je minimaal annuïtair in 360 maanden aflossen.
Test of je weet wat in welke box valt:
Voorbeeldvraag
max. 1 puntIn welke box van de inkomstenbelasting valt elk van deze inkomens of bezittingen?
Box 3 in 2026: heffingsvrij vermogen en rendementen
| Box 3 per 1 januari 2026 | Bedrag of percentage |
|---|---|
| Heffingsvrij vermogen | € 59.357 per persoon, € 118.714 voor fiscale partners |
| Forfaitair rendement banktegoeden | 1,28% (voorlopig; definitief begin 2027) |
| Forfaitair rendement overige bezittingen (beleggingen) | 6,00% |
| Forfaitair rendement schulden | 2,70% (voorlopig) |
| Drempel schulden | € 3.800 per persoon, € 7.600 voor partners |
| Vrijstelling groene beleggingen | € 26.715 per persoon, € 53.430 voor partners |
| Tarief | 36% |
Rekenvoorbeeld. Een alleenstaande heeft op 1 januari 2026 € 100.000 spaargeld en geen schulden. Rendement: 1,28% × 100.000 = € 1.280. De grondslag boven het heffingsvrij vermogen is 100.000 − 59.357 = € 40.643, dus 40,643% van het vermogen. Belastbaar voordeel: 40,643% × 1.280 = € 520,23. Belasting: 36% × 520,23 = € 187,28. Dat is gerekend met het voorlopige percentage. Meer berekeningen, stap voor stap: rekenvragen Wft Basis.
Niet in box 3 vallen onder meer een kapitaalverzekering of spaarrekening eigen woning onder het overgangsrecht van vóór 2013, en fiscaal gefaciliteerde lijfrenteproducten. Die horen bij box 1.
Werkelijk rendement: nog niet. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 lag op 1 januari 2026 nog bij de Tweede Kamer. Die stemde op 12 februari 2026 in; de Eerste Kamer had het op 12 oktober 2026 nog niet aangenomen. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Voor het examen geldt dus het forfaitaire stelsel hierboven. Wel kan iemand sinds 19 juli 2025 met de tegenbewijsregeling aantonen dat zijn werkelijke rendement lager was.
Erfrecht zonder testament: wie erft?
Zonder testament geldt het versterferfrecht (art. 4:10 BW). Een hogere groep sluit de lagere uit.
| Groep | Erfgenamen |
|---|---|
| 1 | Echtgenoot of geregistreerd partner, samen met de kinderen |
| 2 | Ouders, samen met broers en zussen |
| 3 | Grootouders |
| 4 | Overgrootouders |
Is een kind al overleden, dan nemen zijn kinderen zijn plaats in (plaatsvervulling). Erfgenamen in dezelfde groep erven gelijke delen; een ouder krijgt altijd minstens een kwart. Een ongehuwd samenwonende partner heeft geen wettelijk erfrecht.
De wettelijke verdeling
Bij een echtgenoot en kinderen geldt de wettelijke verdeling (art. 4:13 BW), tenzij een testament haar uitsluit. De langstlevende krijgt alle goederen en betaalt de schulden. Elk kind krijgt een geldvordering ter grootte van zijn erfdeel. Die is pas opeisbaar als de langstlevende overlijdt of failliet gaat (of in de Wsnp komt), of in gevallen die het testament noemt.
Voorbeeld: nalatenschap € 240.000, erfgenamen zijn de echtgenote en twee kinderen. Ieder erfdeel is € 80.000. De echtgenote krijgt alles; elk kind heeft een vordering van € 80.000 op haar.
Een kind dat onterfd wordt, kan zijn legitieme portie inroepen: in de praktijk de helft van zijn wettelijk erfdeel, als geldvordering op de erfgenamen, uiterlijk binnen 5 jaar na het overlijden. In het voorbeeld is dat € 40.000. Partner en ouders hebben geen legitieme portie.
Reken het zelf uit:
Voorbeeldvraag
max. 1 puntMila overlijdt zonder testament. Ze was niet getrouwd, had geen geregistreerd partner en geen kinderen. Haar vader, haar moeder en haar enige broer leven nog. Wie erft wat?
Huwelijksgoederenrecht: beperkte gemeenschap sinds 2018
Wie op of na 1 januari 2018 trouwt, krijgt automatisch een beperkte gemeenschap van goederen (art. 1:94 BW). Daarin valt wat je tijdens het huwelijk verkrijgt, plus wat vóór het huwelijk al van jullie samen was. Buiten de gemeenschap blijven je eigen bezittingen en schulden van vóór het huwelijk, en erfenissen en schenkingen (tenzij de erflater of schenker anders bepaalt). Wie vóór 2018 trouwde zonder huwelijkse voorwaarden, heeft een algehele gemeenschap. Huwelijkse voorwaarden vereisen een notariële akte (art. 1:115). Een geregistreerd partnerschap heeft dezelfde vermogensrechtelijke gevolgen.
Toestemming van de partner: art. 1:88 BW
Een gehuwde of geregistreerde partner heeft voor vier handelingen toestemming van de ander nodig:
- verkopen, met hypotheek bezwaren of verhuren van de woning waarin jullie samen (of alleen je partner) wonen, en het gebruik ervan beëindigen;
- giften, behalve gebruikelijke en niet bovenmatige;
- borgtocht of hoofdelijke medeschuld voor een ander, buiten de normale uitoefening van een beroep of bedrijf;
- overeenkomsten van goederenkrediet (art. 7:84 BW), zoals koop op afbetaling en huurkoop.
Zonder toestemming is de handeling vernietigbaar, en alleen de andere partner kan dat inroepen (art. 1:89).
Schenk- en erfbelasting: vrijstellingen 2026
| Vrijstelling schenkbelasting | 2026 |
|---|---|
| Ouders aan kind, per jaar | € 6.908 |
| Eenmalig verhoogd, kind 18 tot en met 40 jaar | € 33.129 |
| Eenmalig verhoogd, dure studie | € 69.009 |
| Overige verkrijgers (ook kleinkinderen), per jaar | € 2.769 |
De aparte vrijstelling voor de eigen woning (de "jubelton") bestaat sinds 1 januari 2024 niet meer. Schenkbelasting betaalt de ontvanger.
| Vrijstelling erfbelasting | 2026 |
|---|---|
| Echtgenoot of geregistreerd partner (onder voorwaarden ook samenwonende partner) | € 828.035 |
| Kind, pleeg- of stiefkind | € 26.230 |
| Kleinkind | € 26.230 |
| Ouder (beide ouders samen) | € 62.110 |
| Overige verkrijgers | € 2.769 |
Over het bedrag boven de vrijstelling betalen partner en kinderen 10% tot € 158.669 en 20% daarboven. Kleinkinderen betalen 18% en 36%; ouders, broers en zussen 30% en 40%. Een kind dat € 100.000 erft, betaalt (100.000 − 26.230) × 10% = € 7.377.
Belasting en erfrecht in examenvragen
Dit hoort bij eindterm 1a: toetstermen 1a.4, 1a.5, 1a.6, 1a.7 en 1a.8, plus rekenen (vaardigheid 2a.1, met de wettelijke verdeling als genoemd voorbeeld). Je moet begrippen herkennen en eenvoudige bedragen uitrekenen.
Verder oefenen
Belasting en erfrecht leveren in Wft Basis vaak rekenvragen op. Oefen ze in het gratis mini-examen en daarna met een Basispas. Volgende onderwerp: sparen, lenen en hypotheek.
Vragen
Veelgestelde vragen
Hoe hoog is het heffingsvrij vermogen in box 3 in 2026?
€ 59.357 per persoon, en € 118.714 voor fiscale partners samen. Het tarief in box 3 is 36%, berekend over een forfaitair rendement: voorlopig 1,28% voor banktegoeden en 6,00% voor overige bezittingen zoals beleggingen.
Geldt het werkelijk rendement in box 3 al?
Nee. De Wet werkelijk rendement box 3 was op 1 januari 2026 nog niet aangenomen; de beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Wel bestaat sinds 19 juli 2025 de tegenbewijsregeling, waarmee je kunt aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire.
Hoeveel mag je in 2026 belastingvrij aan je kind schenken?
€ 6.908 per jaar. Is het kind tussen 18 en 40 jaar, dan kan het eenmalig € 33.129 belastingvrij ontvangen, of € 69.009 voor een dure studie. De aparte vrijstelling voor de eigen woning bestaat sinds 2024 niet meer.
Wat is de wettelijke verdeling in het erfrecht?
Overlijdt iemand zonder testament en laat hij een echtgenoot en kinderen na, dan krijgt de echtgenoot alle goederen en betaalt die de schulden (art. 4:13 BW). De kinderen krijgen een geldvordering ter grootte van hun erfdeel, die meestal pas opeisbaar is als de langstlevende overlijdt.
Wanneer heb je toestemming van je partner nodig?
Volgens art. 1:88 BW voor het verkopen, bezwaren of verhuren van de woning waarin jullie wonen, voor ongebruikelijke giften, voor borgtocht en voor goederenkrediet zoals koop op afbetaling en huurkoop. Zonder toestemming kan de partner de handeling laten vernietigen.
Gratis mini-examen
Over een kwartier heb je je eerste cijfer.
Tien vragen in alle vijf vraagvormen, met een cijfer en per vraag een toelichting. Gratis, zonder account.
Doe het gratis mini-examenDaarna verder? De Basispas geeft je vijf volledige proefexamens en oefenen per onderwerp, met een toelichting bij iedere vraag: 90 dagen voor €24,95 of 21 dagen voor €17,95, vooraf in één keer, zonder verlenging.
Bekijk de Basispassen