Naar de inhoud

Leerstof Wft Basis

Zorgplicht, adviesregel en provisie­verbod in de Wft

Bijgewerkt op · redactie Wftklaar · werkwijze

Op deze pagina

De zorgplicht staat in art. 4:24a Wft: "Een financiëledienstverlener neemt op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de consument of begunstigde in acht." Het provisieverbod geldt sinds 1 januari 2013: een adviseur of bemiddelaar mag geen provisie van de aanbieder krijgen voor onder meer complexe producten, hypotheken en overlijdensrisicoverzekeringen. Voor gewone schadeverzekeringen mag provisie wel, als die passend is: dat is de inducementnorm.

Probeer het zelf: 10 vragen, gratis

Alle vijf vraagvormen, met je cijfer en een toelichting per vraag. Zonder account, in ongeveer 15 minuten.

Doe het gratis mini-examen

Wat de zorgplicht van je vraagt

De zorgplicht van art. 4:24a lid 1 Wft is een open norm. De wet zegt niet precies wat je moet doen, wel dat je de gerechtvaardigde belangen van de klant zorgvuldig meeweegt. Een adviseur gaat nog een stap verder: hij handelt "in het belang van de consument of begunstigde" (lid 2).

Voor wie geldt hij? Voor alle financiëledienstverleners: aanbieders, adviseurs, bemiddelaars en (onder)gevolmachtigde agenten, bij financiële producten anders dan financiële instrumenten (toetsterm 1f.18). Naast de Wft bestaat er een civielrechtelijke zorgplicht uit het Burgerlijk Wetboek (onder meer art. 7:401 BW en de rechtspraak).

Waarom regelt de overheid dit? De klant weet meestal veel minder dan de dienstverlener. Producten zijn ingewikkeld en de gevolgen van een verkeerde keuze kunnen groot zijn; de woekerpolisaffaire liet dat zien. Een wettelijke zorgplicht moet het vertrouwen in de sector beschermen (toetsterm 1f.16).

Wat doet de AFM? Zij handhaaft de zorgplicht, maar alleen bij "evidente misstanden" (art. 4:24a lid 3). Zij geeft leidraden en voorlichting en kan boetes en lasten onder dwangsom opleggen. Een individuele klant die schade heeft, gaat naar het Kifid of de rechter. Hoe die drie samenhangen, staat in AFM, DNB en Kifid.

Ken je klant: de adviesregel

De adviesregel staat in art. 4:23 lid 1 Wft. Wie adviseert, wint informatie in over:

  • de financiële positie van de klant;
  • zijn kennis en ervaring;
  • zijn doelstellingen;
  • zijn risicobereidheid.

Het advies is op die informatie gebaseerd, en de adviseur licht toe waarop. Adviseer je niet, dan meld je dat bij het begin van de dienstverlening (lid 2).

Bij beleggen onderscheidt de Wft drie vormen van dienstverlening (toetsterm 1f.32):

VormWie beslistToets
Execution onlyDe klant, de onderneming voert alleen uitGeen passendheidstoets bij niet-complexe instrumenten
BeleggingsadviesDe klant, na adviesGeschiktheidstoets, met een geschiktheidsverklaring
VermogensbeheerDe beheerder, binnen een mandaatGeschiktheidstoets en periodieke rapportage

Tegenover de zorgplicht staat de eigen verantwoordelijkheid van de klant (toetsterm 1f.22). In de lesstof betekent dat: hij geeft juiste en volledige informatie, leest wat hij krijgt en maakt zelf een afweging. Bij execution only draagt hij de verantwoordelijkheid voor zijn keuze.

Een advies doorloopt vaste fasen (toetsterm 1f.34). Weet jij de volgorde? In deze vraag zijn beheer, mutaties en nazorg samengenomen:

Voorbeeldvraag

max. 1 punt

Zet de fasen van het adviestraject in de juiste volgorde.

↑ Eerste fase

  • Beheer, mutaties en nazorg
  • Risicoanalyse
  • Inventarisatie van de klantsituatie
  • Advies

↓ Laatste fase

De toetsterm noemt vijf fasen: inventarisatie, risicoanalyse, advies, beheer en mutatie, en nazorg en schadebehandeling.

Het provisieverbod: welke producten en waarom

Provisie is een beloning die de aanbieder aan de adviseur of bemiddelaar betaalt. Het risico: de adviseur kiest het product dat hem het meest oplevert, niet het product dat bij de klant past. Daarom geldt sinds 1 januari 2013 een provisieverbod (art. 4:25a Wft en art. 86c BGfo). De klant betaalt de adviseur rechtstreeks.

ProductProvisie van de aanbieder?
Complex product (o.a. levensverzekering, beleggingsverzekering, lijfrenterekening, spaarrekening eigen woning)Verboden sinds 1-1-2013
Hypothecair kredietVerboden
Individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV)Verboden
OverlijdensrisicoverzekeringVerboden
UitvaartverzekeringVerboden
BetalingsbeschermerVerboden
PremiepensioenvorderingVerboden
Beleggingsdiensten aan niet-professionele beleggersVerboden sinds 1-1-2014 (art. 168a BGfo), ook bij execution only
Overige schadeverzekeringen (inboedel, auto, aansprakelijkheid)Toegestaan, als de provisie passend is
Consumptief kredietDe bemiddelaar mag alleen door de aanbieder worden beloond (art. 4:74 lid 1 Wft)

Er zijn uitzonderingen (art. 86c lid 2 BGfo). Toegestaan blijven onder meer betaling door de consument zelf, noodzakelijke provisies, betaling door de werkgever bij een premiepensioenvordering, beloning tussen adviseurs onderling en relatiegeschenken tot € 100 per jaar. Het verbod geldt alleen voor overeenkomsten die vanaf de invoering zijn gesloten: doorlopende provisie op oude contracten mag blijven.

Passende provisie: de inducementnorm

Voor de overige schadeverzekeringen mag een bemiddelaar wel provisie ontvangen (art. 86d BGfo). Twee voorwaarden:

  1. de klant wordt kosteloos geïnformeerd over het bestaan, de aard en het bedrag van de provisie;
  2. de provisie schaadt het klantbelang niet.

Een gevolmachtigd agent mag alleen een noodzakelijke commissie ontvangen (art. 86e BGfo). Daarnaast moet elke dienstverlener informeren over de wijze waarop hij wordt beloond (art. 4:25b Wft).

Naast provisie (afsluit- en doorlopende provisie) kent de lesstof andere beloningsvormen: een fee of vast tarief, een uurtarief en een abonnement, een vast periodiek bedrag voor een pakket diensten (toetsterm 1f.11).

Verbonden, gebonden of ongebonden bemiddelaar

SoortKenmerk
Verbonden bemiddelaarWerkt voor één aanbieder (of meer met niet-concurrerende producten), in naam en voor rekening van die aanbieder, int geen premies. De aanbieder is volledig verantwoordelijk. Geen eigen vergunning (art. 2:81 Wft).
Gebonden bemiddelaarHeeft een contractuele verplichting om alleen voor één of meer aanbieders te bemiddelen, en moet dat melden.
Ongebonden bemiddelaarHeeft zo'n verplichting niet en kan uit het aanbod van de markt kiezen.

Adviseert een dienstverlener op onafhankelijke basis, dan beoordeelt hij een toereikend aantal producten dat voldoende divers is naar type en aanbieder, niet alleen die van zichzelf of nauw verbonden partijen (art. 86f lid 4 BGfo). Bij schadeverzekeringen heet dat advies op basis van een objectieve analyse: een analyse van "een toereikend aantal op de markt verkrijgbare vergelijkbare schadeverzekeringen" (art. 86i lid 5 BGfo).

Eid, IPID en vergelijkingskaart: welk document wanneer

DocumentWanneerBij welke producten
Essentiële-informatiedocument (Eid)Tijdig voordat de klant gebonden isVerpakte beleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (Europese PRIIPs-verordening); een nationaal Eid voor derdepijlerpensioenproducten
IPID (informatiedocument verzekeringsproduct)Vóór het sluitenSchadeverzekeringen
VergelijkingskaartVoordat de dienstverlening begint, ook op de websiteProducten onder het provisieverbod

De vergelijkingskaart vervangt sinds 1 april 2023 het dienstverleningsdocument (art. 86f lid 1 BGfo). Erop staat onder meer welke dienstverlening de klant krijgt, of het advies op onafhankelijke basis is, of de dienstverlener gebonden is aan aanbieders, en wat de dienstverlening gemiddeld kost.

De verzekeringskaart noemt het CDFD ook in toetsterm 1f.2. Dat is geen wettelijk document, maar zelfregulering van het Verbond van Verzekeraars: de Nederlandse vorm van het IPID. De financiële bijsluiter is per 1 januari 2018 afgeschaft.

Welke toetstermen bij zorgplicht en provisie horen

Dit valt onder toetstermen 1f.2, 1f.3, 1f.8, 1f.11, 1f.12, 1f.15 tot en met 1f.19, 1f.22, 1f.32, 1f.36 en 1f.37. Verwacht kennisvragen over begrippen en producten, en begripsvragen over het waarom van het provisieverbod.

Verder oefenen

Zorgplicht en provisie komen terug in casusvragen waarin je moet zien wat de adviseur fout doet. Oefen dat in het gratis mini-examen of kijk welke voorbeeldvragen er zijn. Met een Basispas oefen je per toetsterm, en na elk antwoord lees je de toelichting.

Vragen

Veelgestelde vragen

Wat houdt de zorgplicht in de Wft in?

Volgens art. 4:24a Wft neemt een financiëledienstverlener zorgvuldig de gerechtvaardigde belangen van de consument of begunstigde in acht. Het is een open norm die geldt voor aanbieders, adviseurs, bemiddelaars en gevolmachtigd agenten. Een adviseur handelt bovendien in het belang van de klant.

Sinds wanneer geldt het provisieverbod?

Sinds 1 januari 2013 voor onder meer complexe producten, hypotheken, arbeidsongeschiktheids-, overlijdensrisico- en uitvaartverzekeringen, betalingsbeschermers en premiepensioenvorderingen. Voor beleggingsdienstverlening aan niet-professionele beleggers geldt een provisieverbod sinds 1 januari 2014.

Mag een adviseur provisie krijgen voor een autoverzekering?

Ja. Voor gewone schadeverzekeringen, zoals auto, inboedel en aansprakelijkheid, mag een bemiddelaar provisie ontvangen. De klant moet dan kosteloos worden geïnformeerd over het bestaan, de aard en het bedrag, en de provisie mag het klantbelang niet schaden.

Bestaat het dienstverleningsdocument nog?

Nee. Sinds 1 april 2023 is het dienstverleningsdocument vervangen door de vergelijkingskaart. Die krijgt de klant voordat de dienstverlening begint bij producten onder het provisieverbod, en de dienstverlener zet hem ook op zijn website.

Wat is het verschil tussen een verbonden en een gebonden bemiddelaar?

Een verbonden bemiddelaar werkt in naam en voor rekening van een aanbieder, die volledig verantwoordelijk voor hem is; hij heeft geen eigen vergunning nodig. Een gebonden bemiddelaar is contractueel verplicht om alleen voor één of meer bepaalde aanbieders te bemiddelen, en moet dat aan de klant melden.

Gratis mini-examen

Over een kwartier heb je je eerste cijfer.

Tien vragen in alle vijf vraagvormen, met een cijfer en per vraag een toelichting. Gratis, zonder account.

Doe het gratis mini-examen

Daarna verder? De Basispas geeft je vijf volledige proefexamens en oefenen per onderwerp, met een toelichting bij iedere vraag: 90 dagen voor €24,95 of 21 dagen voor €17,95, vooraf in één keer, zonder verlenging.

Bekijk de Basispassen