Op deze pagina
Reken voor Wft Basis op ongeveer 50 studie-uren, zoals Randstad aanhoudt. Verdeel ze over vier tot zes weken: eerst de stof per eindterm, vanaf week twee ook casussen, en de laatste twee weken alleen nog proefexamens op examentempo. Zelfstudie met een studieboek of samenvatting kan prima; een cursus is niet verplicht.
Begin met een nulmeting
Tien oefenvragen in alle vijf vraagvormen van het examen, gratis en zonder account. Je ziet meteen welke onderwerpen extra tijd nodig hebben.
Doe het gratis mini-examenHoe lang leer je voor Wft Basis?
De schattingen lopen uiteen, omdat ze van je achtergrond afhangen:
- ±50 studie-uren rekent Randstad voor Wft Basis.
- 20 studie-uren noemt Impact voor zijn e-learning Wft Basis.
- Gemiddeld ±2 maanden duurt de e-learning van NIBE-SVV.
- 4 maanden is de standaardduur van de thuisstudie bij LOI.
Werk je al bij een bank of verzekeraar, dan zijn veel begrippen al bekend en heb je minder uren nodig. Begin je vanaf nul, houd dan 50 uur aan. Bij zes weken is dat ruim 8 uur per week, bij vier weken 12 tot 13 uur. Studeer liever vijf keer per week anderhalf uur dan één lange zaterdag. De stof bestaat uit veel losse regels, termijnen en bedragen, en die blijven beter hangen als je ze vaak terugziet.
Wil je in maart examen doen, boek dan op tijd. Maart is elk jaar de drukste maand, omdat de examens per 1 april worden vernieuwd. In maart 2026 werden 1.307 Basis-examens afgelegd, bijna twee keer zoveel als in een gemiddelde andere maand (CDFD).
Zelfstudie of een cursus?
Voor het examen hoef je geen opleiding te volgen. Met een studieboek of samenvatting (vanaf €25) en goede oefenexamens kun je je prima in zelfstudie voorbereiden, ook als thuisstudie naast je werk. De stof per eindterm op één pagina: de gratis samenvatting van Wft Basis. Een e-learning of klassikale training geeft meer structuur en uitleg, maar kost ook meer: van €149 tot €809 (prijzen van 12 oktober 2026). Alle routes en aanbieders naast elkaar vind je bij Wft-opleiding of zelfstudie, en wat alles samen kost in wat kost Wft Basis?
Zelfstudie is het goedkoopst en past als je zelf je planning bewaakt. Oefenexamens zitten er niet bij; die koop je los of je zoekt gratis vragen. In de vergelijking van oefensites zie je wat er is. Leg je studieboek ook naast de toetstermen: dan zie je meteen of er iets ontbreekt.
Welke route je ook kiest: het examen toetst niet of je de stof hebt gelezen, maar of je hem in een klantsituatie kunt toepassen. Daar is de rest van dit plan op gebouwd.
Je studieschema week voor week
Het CDFD legt de stof vast in eindtermen (de hoofdonderwerpen) en toetstermen (wat je precies moet kennen en kunnen). Wft Basis heeft zeven kennis-eindtermen, 1a tot en met 1g. Daarnaast zijn er vaardigheden (2a–2d), competenties (3a–3d) en professioneel gedrag (4a), die vooral in de casussen terugkomen. Het schema verdeelt de kennis zo dat elke week ongeveer even zwaar is. Tussen haakjes staat het aantal toetstermen.
Studieplan voor ongeveer 50 studie-uren. In zes weken is dat ruim 8 uur per week, in vier weken 12 tot 13 uur.
Zes weken:
- Week 1: stof 1a Financiële huishouding (12 toetstermen) en 1b Sparen, betalen en beleggen (22 toetstermen); casussen: Rekenen: erfdeel, schenkbelasting; een balans opstellen.
- Week 2: stof 1c Krediet en hypotheek (26 toetstermen) en 1d Persoonlijke risico's (19 toetstermen); casussen: Intakegesprek, identiteit controleren, klanten informeren.
- Week 3: stof 1e Verzekeringsbegrippen (11 toetstermen) en 1g Verzekeringsrecht (24 toetstermen); casussen: Factuur met assurantiebelasting, klachten behandelen.
- Week 4: stof 1f Toezicht en gedragsregels (38 toetstermen); casussen: Dilemma's (PG), klantdossier, relatiebeheer.
- Week 5: Herhalen per toetsterm. Twee volledige proefexamens van 120 minuten.
- Week 6: Alleen je zwakke toetstermen. Twee of drie proefexamens. In de twee dagen voor je examen leer je geen nieuwe stof meer.
Vier weken: week 1 en 2 samen, week 3 en 4 samen, en de laatste twee weken proefexamens op examentempo.
| Week | Stof (kennis en begrip) | Vaardigheden en casussen |
|---|---|---|
| 1 | 1a Financiële huishouding (12): samenlevingsvormen, erfrecht, schenk- en erfbelasting, de drie boxen, BKR, schulden. 1b Sparen, betalen en beleggen (22): rekeningen, betaalproducten, beleggingscategorieën, depositogarantie | 2a rekenen: een erfdeel, schenkbelasting. 2b.2 een balans of inkomsten-uitgavenoverzicht opstellen |
| 2 | 1c Krediet en hypotheek (26): kredietvormen, BKR-toetsing, recht van hypotheek, NHG. 1d Persoonlijke risico's (19): verzekeringen, volks- en werknemersverzekeringen, zorg, pensioen | 3a het intakegesprek, 2b.1 de identiteit van de klant controleren, 3b klanten informeren |
| 3 | 1e Verzekeringsbegrippen (11): premieopbouw, risicospreiding, WAM. 1g Verzekeringsrecht (24): mededelingsplicht, onderverzekering, opzeggen, premie | 2b.3 een factuur met assurantiebelasting, 3c klachten behandelen |
| 4 | 1f Toezicht en gedragsregels (38): AFM en DNB, zorgplicht, provisieverbod, Kifid, AVG, witwassen | 4a dilemma's over kosten, bevoegdheden, fraude en privacy. 2d het klantdossier, 3d relatiebeheer |
| 5 | Herhalen per toetsterm | Twee volledige proefexamens van 120 minuten |
| 6 | Alleen je zwakke toetstermen | Twee of drie proefexamens; geen nieuwe stof in de twee dagen voor je examen |
1f is het grootste blok: 38 toetstermen, een kwart van alle kennistoetstermen. Geef het daarom een eigen week. Heb je maar vier weken? Neem dan week 1 en 2 samen en week 3 en 4 samen, en houd de laatste twee weken voor het examentempo.
Zo werk je per week: lees de stof, maak vragen per toetsterm en noteer elke fout met de toetsterm erbij. Sluit elke week af met een gemengde set over alles wat je tot dan toe hebt gehad. Zo zie je of de stof van week 1 er in week 3 nog zit.
Casussen oefenen in vijf stappen
Casussen leveren de meeste punten op. De 19 V/C-vragen zijn samen 38 van de 63 punten, de twee PG-vragen nog eens 4.
Wft Basis: 42 vragen, 63 punten, 120 minuten. Je slaagt met 68% van de punten: 42,84 punten. Je mag dus hooguit 20,16 punten laten liggen.
- Kennis en begrip (K/B): 21 vragen van 1 punt = 21 punten.
- Professioneel gedrag (PG): 2 vragen van 2 punten = 4 punten.
- Vaardigheden en competenties (V/C): 19 vragen van 2 punten = 38 punten.
Een V/C-casus beschrijft een klant, vaak met een document erbij, en stelt daar één of meer vragen over. Oefen ze zo:
- Lees eerst de vraag, dan de casus. Dan weet je welke gegevens je zoekt.
- Onderstreep wat het antwoord bepaalt: bruto of netto, per maand of per jaar, een datum, een leeftijd, wie de verzekeringnemer is.
- Benoem het onderwerp. Gaat het om erfrecht, een kredietvorm of een verzekering? Dan weet je welke regel je nodig hebt.
- Ken je grens. Wft Basis is gericht op informeren; adviseren over bijvoorbeeld een hypotheek hoort bij een andere module. Vraagt een klant daarom, dan is doorverwijzen naar een bevoegde collega vaak het goede antwoord.
- Reken op papier en rond niet tussentijds af. Moet het toch, gebruik dan zoveel mogelijk decimalen. Bij vragen over de Belastingdienst rond je tussentijds af op hele euro's in het voordeel van de klant. Dat schrijft de kandidatenbrochure van het CDFD voor.
Probeer het met deze rekenvraag over assurantiebelasting (toetsterm 2b.3):
Voorbeeldvraag
max. 2 puntenJoyce sluit een inboedelverzekering af. De premie is € 11,00 per maand, exclusief assurantiebelasting. Er zijn geen poliskosten. Hoeveel betaalt Joyce per jaar, inclusief assurantiebelasting?
Rond af op twee decimalen.
Punt voor duizendtallen, komma voor decimalen: 10.000,00
Bij een PG-vraag kies je de reactie die zowel de regels als de klant dient. Let op drie soorten foute opties: klantvriendelijk maar niet toegestaan, wel volgens de regels maar zonder uitleg, en de klant doorschuiven zonder zelf verantwoordelijkheid te nemen.
De laatste twee weken: oefenen op examentempo
Het examen duurt 120 minuten voor 42 vragen. Kennis en begrip, professioneel gedrag en de casussen komen in die volgorde. Gemiddeld heb je bijna drie minuten per vraag, maar de kennisvragen zijn kort en de casussen lang. Een verdeling die werkt:
- 21 kennisvragen: ±25 minuten
- 2 PG-vragen: ±10 minuten
- 19 V/C-vragen: ±75 minuten
- controleren: ±10 minuten
Maak in week 5 en 6 minstens vier volledige proefexamens, steeds in één keer, met klok en rekenmachine. Kijk na elk examen niet alleen naar je cijfer, maar vooral naar de toetstermen die je punten kostten, en oefen die gericht. De cesuur ligt op 68%: 42,84 van de 63 punten. Mik in je laatste proefexamens op een marge erboven, zodat één lastige casus je niet onder de streep trekt.
Controleer ook de peildatum van je oefenstof. Doe je examen vóór 1 april 2027, dan toetst het CDFD de wet- en regelgeving van 1 januari 2026. Doe je het op of na 1 april 2027, dan gelden de regels van 1 januari 2027. Bedragen uit een ander jaar kosten je punten.
Wftklaar is voor precies dit plan gemaakt: oefenen per onderwerp en per toetsterm in de weken met stof, en vijf volledige proefexamens plus onbeperkt willekeurige examens voor de laatste twee weken. De Basispas van 90 dagen (€24,95) dekt een plan van zes weken met ruimte voor een herkansing. De Basispas van 21 dagen (€17,95) past als je alleen de laatste weken op examentempo wilt oefenen. Beide zijn eenmalig, zonder abonnement. Bekijk de Basispassen of lees eerst waar kandidaten punten verliezen.
Vragen
Veelgestelde vragen
Hoeveel uur moet je leren voor Wft Basis?
Randstad rekent met ongeveer 50 studie-uren. Opleiders noemen 20 studie-uren (Impact, e-learning) tot een paar maanden studie (NIBE-SVV gemiddeld twee maanden, LOI standaard vier). Begin je zonder financiële achtergrond, houd dan 50 uur aan, verdeeld over vier tot zes weken.
Kun je Wft Basis halen met zelfstudie?
Ja. Voor het examen hoef je geen opleiding te hebben gevolgd: je schrijft je met je Wft-ID in bij een erkend exameninstituut. Met een samenvatting of lesboek en goede oefenexamens kan het, zolang je ook casussen en alle vijf vraagvormen oefent.
Welk studieboek heb je nodig voor Wft Basis?
Een samenvatting of lesboek met de regels en bedragen van 1 januari 2026; dat is de peildatum voor examens tot en met 31 maart 2027. Op 12 oktober 2026 zagen we bijvoorbeeld een samenvatting van €25 (Wftsamenvattingen) en een digitaal lesboek van €55 (Consis Academie). Leg het naast de toetstermen van het CDFD, zodat je ziet of alles erin staat.
Hoe lang duurt het Wft Basis-examen?
Het examen duurt 120 minuten en telt 42 vragen met samen 63 punten. Je slaagt met 68% van de punten, dat is 42,84 punten. Eerst komen de kennisvragen, dan de twee PG-vragen en daarna de casussen.
Gratis mini-examen
Over een kwartier heb je je eerste cijfer.
Tien vragen in alle vijf vraagvormen, met een cijfer en per vraag een toelichting. Gratis, zonder account.
Doe het gratis mini-examenDaarna verder? De Basispas geeft je vijf volledige proefexamens en oefenen per onderwerp, met een toelichting bij iedere vraag: 90 dagen voor €24,95 of 21 dagen voor €17,95, vooraf in één keer, zonder verlenging.
Bekijk de Basispassen