Zo telt het CDFD je punten
Bijgewerkt op · redactie Wftklaar · werkwijze
Op deze pagina
Op het Wft-examen is elke vraag 1 punt (kennis en begrip) of 2 punten (professioneel gedrag, vaardigheden en competenties) waard. Meerkeuze- en rekenvragen zijn goed of fout. Bij keuzelijsten, multiple select en rangschikvragen krijg je deelpunten volgens vaste rekenregels van het CDFD. Bij multiple select kost elke foute klik je punten.
Voel zelf hoe deelpunten uitvallen
10 vragen in alle vijf vraagvormen, nagekeken met dezelfde puntentelling. Gratis en zonder account.
Doe het gratis mini-examenDe vijf vraagvormen in één tabel
- 1Meerkeuze
- 3 of 4 opties, één juist
- goed of foutAlles of niets
- 2Rekenvraag (numeriek)
- Je typt het eindantwoord; afronden volgens de instructie
- goed of foutAlles of niets, met een verborgen foutmarge
- 3Meervoudige keuzelijst
- Twee of meer deelvragen met een uitklaplijst
- deelpuntenNaar verhouding (soms alles of niets)
- 4Multiple select
- Vier of meer opties, meerdere juist; het aantal staat erbij
- deelpuntenProductregel: punten per goede keuze, aftrek per foute (soms alles of niets)
- 5Rangschikken
- Onderdelen in de juiste volgorde slepen
- deelpuntenQuotiëntregel: punten per goed geordend paar (soms alles of niets)
Het maximale aantal punten staat in het examen bij elke vraag. Minpunten bestaan niet: een vraag levert op zijn slechtst 0 punten op, en van je totaal gaat nooit iets af. Vul daarom altijd iets in.
In de video hieronder zie je hoe de punten vallen, met een multiple-selectvraag en een rangschikvraag als voorbeeld. Hij begint bij het hoofdstuk over punten.
Wft Basis-examen uitgelegd2:58 · ondertitels · synthetische stem
Meerkeuze: goed of fout
Je kiest één antwoord uit drie of vier opties. Goed is het maximum, fout is 0. Een foute gok kost niets, dus kies altijd iets, ook als je twijfelt. Begin met wegstrepen wat zeker fout is: houd je van vier opties er twee over, dan is je kans twee keer zo groot.
Rekenvragen: alleen het eindantwoord telt
Een numerieke vraag is ook goed of fout. Je typt alleen het getal in, de uitwerking telt niet mee. Zo voorkom je dat een goede berekening toch fout wordt gerekend:
- Typ alleen cijfers. De tekens € en % staan al in het invulveld.
- Punt voor duizendtallen, komma voor decimalen. Bij een antwoord van 10000 zijn 10000, 10000,00, 10.000 en 10.000,00 allemaal goed.
- Rond zo weinig mogelijk tussentijds af. Elke rekenvraag heeft een foutmarge, maar die staat er niet bij. Moet je toch tussendoor afronden, gebruik dan zoveel mogelijk cijfers achter de komma.
- Uitzondering: de Belastingdienst. Bij vragen over belastingen rond je tussentijds af op hele getallen in het voordeel van de klant, net als de Belastingdienst zelf.
- Rond je eindantwoord af zoals de vraag aangeeft.
Keuzelijst: punten naar verhouding
Een meervoudige keuzelijstvraag heeft twee of meer deelvragen, elk met een uitklaplijst. Je krijgt punten naar verhouding van het aantal goede deelvragen. Heb je er 1 van de 2 goed, dan krijg je de helft. Heb je er 3 van de 4 goed, dan krijg je 75%: 0,75 punt bij een K/B-vraag, 1,5 punt bij een V/C-vraag.
Het CDFD meldt dat sommige vragen alles of niets zijn: alleen punten als alles goed is. Dat kan bij keuzelijsten, multiple select en rangschikvragen. Hoe je dat aan een vraag ziet, staat niet in de documenten. Vul daarom elke uitklaplijst in. Een lege lijst is altijd fout.
Multiple select: de productregel
Bij een multiple-selectvraag zijn vier of meer opties, waarvan er meerdere juist zijn. Meestal staat erbij hoeveel. Klik je alleen alle juiste aan, dan krijg je het maximum. Klik je alleen foute aan, dan krijg je 0. Daartussen rekent het CDFD met de productregel: elke goede keuze levert een deel van de punten op, en elke foute keuze haalt daar een percentage vanaf.
De formule, met n opties waarvan k juist:
punten = maximum × goed/k × (1 − fout/(n − k) × (½ + (n − k)/n × ½))
Bij vijf opties met twee juiste valt dat zo uit:
| Wat je aanklikt | K/B-vraag (max. 1) | PG- of V/C-vraag (max. 2) |
|---|---|---|
| Beide juiste | 1 | 2 |
| Beide juiste + 1 foute | 0,733 | 1,467 |
| 1 juiste | 0,5 | 1 |
| 1 juiste + 1 foute | 0,367 | 0,733 |
| Beide juiste + 2 foute | 0,467 | 0,933 |
| 1 juiste + 2 foute | 0,233 | 0,467 |
| Alle vijf opties | 0,2 | 0,4 |
| Alleen foute | 0 | 0 |
De rijen met 0,367 en 0,733 zijn de rekenvoorbeelden uit bijlage 1 van het CDFD-document over de puntentelling. De andere rijen zijn met dezelfde formule berekend.
Multiple select met 5 opties waarvan 2 juist, maximaal 1 punt:
- Beide juiste: 1 punt.
- Beide juiste + 1 foute: 0,733 punt.
- 1 juiste: 0,5 punt.
- 1 juiste + 1 foute: 0,367 punt.
Probeer het zelf. Deze K/B-vraag heeft vijf opties en twee juiste antwoorden, precies zoals het CDFD-voorbeeld. Kies eens één juist en één onjuist antwoord, en bekijk hoeveel punten dat oplevert.
Voorbeeldvraag
max. 1 puntWelke twee taken horen bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM)?
Rangschikken: de quotiëntregel
Bij een rangschikvraag sleep je onderdelen in de juiste volgorde. Het CDFD kijkt niet naar de plek van elk onderdeel, maar naar paren: staat A voor B, A voor C, B voor C, enzovoort. Bij vier onderdelen zijn er zes paren. Met s goede paren en k onderdelen is je deel van de punten s / (k × (k − 1) − s).
Het voorbeeld van het CDFD: de juiste volgorde is A-B-C-D en jij kiest A-B-D-C. Vijf van de zes paren kloppen; alleen C voor D is fout. Je krijgt 5 / (12 − 5) = 5/7, dus 0,714 punt bij een K/B-vraag en 1,429 bij een PG- of V/C-vraag.
Rangschikken: juist is A-B-C-D, het antwoord is A-B-D-C. Daarin staan 5 van de 6 paren goed. Score: 5 / (12 − 5) = 0,714 punt.
| Jouw volgorde (juist is A-B-C-D) | Goede paren | K/B-vraag | PG- of V/C-vraag |
|---|---|---|---|
| A-B-C-D | 6 van 6 | 1 | 2 |
| A-B-D-C, één buurpaar omgewisseld | 5 van 6 | 0,714 | 1,429 |
| B-A-D-C, twee buurparen omgewisseld | 4 van 6 | 0,5 | 1 |
| B-C-D-A, de eerste helemaal achteraan | 3 van 6 | 0,333 | 0,667 |
| D-C-B-A, precies omgekeerd | 0 van 6 | 0 | 0 |
De regel straft harder dan je zou denken. De helft van de paren goed levert een derde van de punten op, niet de helft. En één onderdeel van voor naar achter verschuiven kost meer dan twee keer een buurpaar verwisselen.
Reken je eigen situatie uit voor beide regels:
Rekenhulp
Deelpunten berekenen
0,367
van 1 punt · 36,7%
Wanneer gokken je punten kost
Bij vier van de vijf vraagvormen kost gokken nooit iets. Alleen bij multiple select moet je nadenken voor je klikt. De rekensommen hieronder gaan uit van de gewone deelpuntenregels, niet van een alles-of-nietsvraag.
- Klik nooit meer opties aan dan er juist zijn. Dan zit er gegarandeerd een fout tussen. Twee juiste plus één extra levert 0,733 op in plaats van 1.
- Twijfel je over je laatste keuze, reken dan even. Bij vijf opties met twee juiste levert één zekere keuze 0,5 op. Een tweede klik maakt er 1 van als hij goed is en 0,367 als hij fout is. Hij loont gemiddeld zodra je kans op goed groter is dan ongeveer 1 op 5. Zelfs blind kiezen uit de vier overgebleven opties levert dan gemiddeld iets op.
- Hoe meer je al goed hebt, hoe duurder een foute gok. De aftrek is een percentage van wat je al hebt. Bij zes opties met drie juiste, waarvan je er twee zeker weet, sta je op 0,667. Een derde klik levert 1 op als hij goed is en 0,5 als hij fout is. Die gok loont pas bij een kans van meer dan 1 op 3, en blind kiezen uit de vier overgebleven opties (1 op 4) kost je dus gemiddeld punten.
- Rangschikken: leg eerst de uitersten vast. Weet je zeker wat eerst en wat laatst komt, dan heb je al ruim de helft van de goede paren binnen. Twijfel daarna alleen over buren.
- Keuzelijsten, meerkeuze en rekenvragen: vul altijd iets in. Leeg is altijd 0.
Waarom deelpunten het verschil maken
Het CDFD rekent je score uit met 16 cijfers achter de komma, telt alles op en vergelijkt het aandeel onafgerond met 0,68. Bij Wft Basis heb je 42,84 van de 63 punten nodig. Een paar multiple-selectvragen waarop je 0,367 haalt in plaats van 0,5, zijn genoeg om van 42,9 naar 42,5 punten te zakken. Dan staat er een 5 in je uitslagmail. Hoe je cijfer precies wordt berekend, lees je op cesuur en cijfer.
Wftklaar kijkt elke vraag na met precies deze regels, ook in het gratis mini-examen. Na elk proefexamen zie je per vraag hoeveel punten je kreeg en waar je deelpunten liet liggen. Zo leer je niet alleen de stof, maar ook hoe je op het examen zo min mogelijk punten weggeeft. Bekijk de Basispassen of lees eerst hoe het Wft-examen werkt.
Vragen
Veelgestelde vragen
Krijg je minpunten op het Wft-examen?
Nee. Een vraag levert op zijn slechtst 0 punten op, dus van je totaal gaat nooit iets af. Bij multiple select verlaagt een foute keuze wel de punten die je voor die ene vraag krijgt.
Hoe werken deelpunten bij multiple select?
Het CDFD gebruikt de productregel: je krijgt een deel van de punten per goede keuze, en elke foute keuze haalt daar een percentage vanaf. Bij vijf opties met twee juiste levert één goede en één foute keuze 0,367 punt op bij een K/B-vraag en 0,733 bij een PG- of V/C-vraag.
Hoeveel punten is een Wft-examenvraag waard?
Een vraag over kennis en begrip (K/B) is maximaal 1 punt waard. Vragen over professioneel gedrag (PG) en over vaardigheden en competenties (V/C) zijn maximaal 2 punten waard. Het maximum staat in het examen bij elke vraag.
Hoe nauwkeurig moet je antwoord bij een rekenvraag zijn?
Elke rekenvraag heeft een foutmarge, maar die staat er niet bij. Rond tussentijds zo weinig mogelijk af en rond je eindantwoord af zoals de vraag aangeeft. Dan valt je antwoord binnen de marge.
Gratis mini-examen
Over een kwartier heb je je eerste cijfer.
Tien vragen in alle vijf vraagvormen, met een cijfer en per vraag een toelichting. Gratis, zonder account.
Doe het gratis mini-examenDaarna verder? De Basispas geeft je vijf volledige proefexamens en oefenen per onderwerp, met een toelichting bij iedere vraag: 90 dagen voor €24,95 of 21 dagen voor €17,95, vooraf in één keer, zonder verlenging.
Bekijk de Basispassen